Vaste onkostenvergoeding is verkapt loon - nog steeds recht op vergoeding

maandag, 2 juni 2025 (07:05) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

De maandelijkse vaste onkostenvergoeding die werknemers ontvangen, moet worden aangemerkt als verkapt loon. Dit betekent dat het recht op deze vergoeding blijft voortbestaan, ondanks dat de werkgever deze per 1 januari 2024 stopzette. De cao-conflicten draaien om de vraag of werknemers ook na die datum aanspraak blijven houden op een netto onkostenvergoeding, die varieert van 36 tot 70 euro per maand. Werknemers stellen dat deze vergoeding al jarenlang aanzienlijk hoger was dan hun werkelijke kosten en dat deze vergoeding door zowel werkgevers als werknemers als loon werd beschouwd en voor privédoeleinden werd gebruikt. De ondernemingsraad bevestigt dat het schrappen van deze vergoeding direct financiële gevolgen heeft voor de werknemers en dat de vergoeding ook werd ingezet in salarisonderhandelingen.

De werkgever daarentegen verdedigt zich door te stellen dat de vergoeding sinds 2008 na afstemming met de Belastingdienst is vastgesteld als een reële onkostenvergoeding en continu als zodanig is gecommuniceerd. Het gebruik van de vergoeding voor privé-uitgaven kwalificeert volgens hen als onjuist gebruik door werknemers. De kantonrechter oordeelt echter dat niet de naamgeving maar de feitelijke omstandigheden doorslaggevend zijn: omdat het een vaste forfaitaire nettovergoeding betreft die zonder declaratie wordt uitbetaald, moet deze als loon worden gezien. Daarbij speelt mee dat de vergoeding ook tijdens vakanties en ziekte wordt doorbetaald, en dat werknemers daarnaast hun reiskosten apart konden declareren.

In de individuele arbeidsovereenkomsten van bijna alle werknemers is vastgelegd dat de vaste onkostenvergoeding onderdeel is van hun arbeidsvoorwaarden, terwijl het personeelshandboek hierover eenzijdige wijzigingsbevoegdheid aan de werkgever toekent. Dit wijzigingsbeding geldt niet voor alle werknemers, waardoor het stoppen van de vergoeding zonder overleg of compensatie niet rechtsgeldig is. Ook voor de werknemer voor wie een dergelijk wijzigingsbeding geldt, weegt het belang om de vergoeding te behouden zwaarder dan het belang van de werkgever, zolang geen compensatie wordt geboden.

De werkgever heeft geen wijzigingsvoorstel gedaan, maar volstaan met een mededeling van stopzetting, wat niet voldoet aan de vereisten van het Stoof-Mammoet-arrest dat geldt bij wijziging van arbeidsvoorwaarden. De kantonrechter stelt dat de stopzetting niet gerechtvaardigd is volgens deze juridische criteria en dat werknemers onverminderd recht houden op hun vaste onkostenvergoeding zoals die tot 1 januari 2024 werd vastgesteld en uitbetaald. Mogelijke toekomstige compensatie of wijzigingsvoorstellen kunnen de belangenafweging veranderen, maar voor nu handhaaft de rechter het recht van werknemers op deze vergoeding.