Vergissingen in loonadministratie niet ernstig verwijtbaar: geen billijke vergoeding
In dit artikel:
Een werknemer vroeg de kantonrechter om een billijke vergoeding van €50.000 bruto, nadat haar werkgever de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid had beëindigd. Het UWV gaf daarvoor op 3 november 2025 toestemming; na opzegging op 7 november eindigde het dienstverband op 1 januari 2026. Volgens de werknemer had de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld, onder meer door fouten in de loonadministratie en tekortkomingen tijdens haar ziekteperiodes.
De kantonrechter ziet echter geen patroon van ernstig verwijtbaar handelen. De eerdere ziekteperiode tot december 2019 en de periode daarna geven daar geen aanleiding toe. Hoewel de werkgever in 2018 een loonsanctie kreeg wegens tekortschietende re-integratie, woog mee dat hij naar eigen zeggen de adviezen van de bedrijfsarts had gevolgd. Ook accepteerde hij dat de werknemer na toekenning van een WGA-uitkering twintig uur per week in haar eigen functie bleef werken, hoewel de cao voor die functie minimaal 32 uur voorschreef.
Tijdens de tweede ziekteperiode, van 28 juni 2023 tot het einde van de wachttijd op 25 juni 2025, had de werkgever zich volgens de rechter flexibeler mogen opstellen bij het vergoeden van een traject en een training. Dat was verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar. Voor andere klachten, zoals het ontbreken van een prikkelarme werkplek, een sta-zitbureau of een vaste parkeerplaats, vond de rechter onvoldoende onderbouwing.
De werkgever erkende fouten in enkele loonbetalingen, maar er was geen sprake van opzet of kwade wil. Bovendien waren sommige vermeende fouten door het UWV veroorzaakt. Omdat ernstig verwijtbaar handelen niet is aangetoond, wees de kantonrechter de billijke vergoeding af.
Vandaag Inside: Raymond Mens reageert op uitspraken Albert Verlinde: 'Hij slaat de plank een beetje mis...'