Verstoorde arbeidsrelatie, zieke werknemer kreeg geen kans in spoor 1, recht op billijke vergoeding
In dit artikel:
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen een consultancybedrijf voor verzuimbegeleiding en een langdurig zieke werknemer per 1 januari 2027. De arbeidsrelatie is volgens de rechter ernstig en duurzaam verstoord geraakt, maar de werkgever heeft daar in belangrijke mate zelf aan bijgedragen.
De werknemer keerde na ongeveer vijftien maanden afwezigheid door ziekte en WAZO-verlof terug, kort nadat zij een nieuwe functie had gekregen. Bij haar terugkeer kreeg zij geen begeleiding, takenpakket of toegang tot bedrijfssystemen. Hoewel werkhervatting in de eigen functie bij re-integratie vooropstaat, stuurde de werkgever al snel aan op het tweede spoor, waarbij werk buiten de organisatie wordt gezocht. Volgens de rechter gebeurde dat zonder voldoende onderbouwing en in strijd met eerdere arbeidsdeskundige en medische adviezen.
Klachten van de werknemer over het gebrek aan begeleiding leidden niet tot duidelijke afspraken. Haar pogingen om zelf informatie en re-integratiemogelijkheden te vinden, werden door de werkgever ten onrechte als gezagsondermijnend gezien. Ook de afwijzing van haar verzoek om betaald ouderschapsverlof was onjuist. De werkgever voerde geen zwaarwegend bedrijfsbelang aan, terwijl de werknemer tijdig had aangekondigd het verlof te willen opnemen.
De verhoudingen verslechterden verder nadat de werknemer tijdens een gesprek in mei 2025 te horen kreeg dat er geen plek meer voor haar was. De werkgever beschuldigde haar onder meer van negatieve uitlatingen over haar leidinggevende en ongepast gedrag, maar onderbouwde die verwijten volgens de rechter onvoldoende. Mediation kwam bovendien pas na een aanzienlijke vertraging op gang en leidde niet tot herstel; de werkgever bleef inzetten op het tweede spoor en beëindiging, terwijl de werknemer terugkeer in haar eigen functie verlangde.
Omdat herstel van de relatie ondanks meerdere pogingen niet meer mogelijk wordt geacht, ziet herplaatsing niet langer in de rede. Een in augustus 2026 aangeboden passende functie wees de werknemer af. Zij krijgt naast een transitievergoeding van €8.958,48 bruto een billijke vergoeding van €100.000 bruto. Die vergoeding is toegekend wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, vooral door de ondeugdelijke re-integratie en de onwelwillende behandeling van het ouderschapsverlof.
Vandaag Inside: Gordon staat open voor hereniging met Gerard Joling: ‘Mijn deur staat open, voor altijd’