Verzamelwet SZW 2027 - wijzigingen minimumloon: loonbegrip en meerwerk
In dit artikel:
De Verzamelwet SZW 2027 bevat technische aanpassingen aan de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Het concept-wetsvoorstel staat sinds 26 maart op internetconsultatie.nl; reageren kan tot en met 23 april 2026. De wijzigingen vloeien voort uit een evaluatie van de per 1 januari 2024 ingevoerde Wet invoering minimumuurloon en herstellen daarnaast enkele weggelaten bepalingen.
Belangrijkste wijzigingen en achtergronden
- Verduidelijking van het loonbegrip (artikel 6 Wml): in de huidige tekst wordt loon als geldelijke inkomsten omschreven, met een opsomming van uitzonderingen. Dat wekte de indruk dat toeslagen en variabele beloningen gebruikt mogen worden om aan het wettelijk minimumuurloon te voldoen. Dat is niet de bedoeling: het basisuurloon (het kale uurloon) moet minimaal gelijk zijn aan het minimumuurloon. Het wetsvoorstel stelt daarom expliciet dat onder “loon” het basisloon wordt verstaan; aanvullende of variabele componenten (zoals overwerktoeslag, ploegentoeslag, fooien of andere beloningen van derden) tellen niet mee om het minimumuurloon te bereiken. Praktisch betekent dit dat het minimumloon voortaan uitsluitend uit het basisloon bestaat — doorgaans het salaris uit een cao-salaristabel of het in de arbeidsovereenkomst vermelde bedrag — en dat toeslagen extra’s blijven.
- Herstel van omissie in artikel 11, eerste lid: de wetgever heeft beoogd de praktijk te behouden waarbij, bij een vaste overeengekomen arbeidsduur per week en vaste maandelijkse beloning, kan worden uitgegaan van een gemiddeld aantal werkbare uren per maand. Hiervoor moest die afspraak schriftelijk zijn vastgelegd (cao, publiekrechtelijke regeling of schriftelijke arbeidsovereenkomst) voor rechtszekerheid van de werknemer. Per abuis waren schriftelijke overeenkomsten van opdracht en andere schriftelijke overeenkomsten die de arbeidsverhouding ondersteunen niet genoemd. Het voorstel voegt deze categorieën toe, zodat ook zij onder dezelfde regeling vallen. De Wml blijft overigens niet van toepassing op zelfstandig werk buiten dienstbetrekking.
- Correctie inzake meerwerk (artikel 13a Wml): door de invoering van het minimumuurloon ontstond onbedoeld de situatie dat ook salarissen boven minimumniveau werden geraakt bij de berekening per uitbetalingstermijn. Het wetsvoorstel brengt terug wat voorheen gold: over de som van de overeengekomen arbeidsduur en de daadwerkelijk gewerkte extra uren in een uitbetalingstermijn moet ten minste het minimumloon worden betaald. De alternatieve regeling voor meerwerk in de vorm van betaalde vrije tijd (leden 2–4 van artikel 13a) blijft ongewijzigd.
- Vakantiebijslag: de invoering van het minimumuurloon had niet tot doel de berekening van de vakantiebijslag te veranderen. Daarom wordt het oude loonbegrip uit artikel 6 (dat wél toeslagen en beloningen van derden omvat) verplaatst naar een nieuw artikel 14a, specifiek voor de toepassing van de regels over vakantiebijslag. Materieel verandert er niets: vakantiebijslag blijft berekend zoals eerder, inclusief overwerk- en ploegentoeslagen en fooien.
Doel en praktische effecten
De voorgestelde correcties zijn vooral technisch en hebben tot doel de Wml in overeenstemming te brengen met de oorspronkelijke beleidsintenties: het basisloon moet het minimumuurloon garanderen, variabele componenten mogen niet worden gebruikt om het basisloon op te krikken, en bestaande praktijk rond maandlonen en vakantiebijslag blijft behouden. Voor werkgevers betekent dit concreet dat toeslagen en derde-betaling niet mogen worden ingeroepen om aan het wettelijk minimumuurloon te voldoen; werknemers krijgen hierdoor duidelijkheid en rechtszekerheid over hun basisuurloon en over de berekening van vakantiebijslag.