Voorjaarsnota 2026 - financiële afspraken uit coalitieakkoord

maandag, 30 maart 2026 (11:36) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Het kabinet heeft de Voorjaarsnota 2026 met bijbehorende Startnota gepresenteerd: dit document vertaalt de financiële afspraken uit het coalitieakkoord naar begrotingsregels, uitgavenplafonds en inkomstenkaders voor de kabinetsperiode 2026–2030. De basis is de meest recente CPB-raming; het begrotingstekort blijft volgend jaar onder de 3% van het bbp, met als streefsaldo -2,1% in 2030. Minister Heinen benadrukt dat de nota uitwerking geeft aan het akkoord en dat Nederland zich voorbereidt op onzekere economische ontwikkelingen, onder meer door de oorlog in het Midden-Oosten.

Belangrijkste maatregelen en effecten
- Vrijheidsbijdrage voor burgers en bedrijven: burgers betalen via een beperkte toepassing van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting (1,5 miljard in 2027; structureel 3,4 miljard vanaf 2028). Voor bedrijven komt er een taakstellende verhoging van de Aof‑premie (1,5 miljard in 2027; structureel 1,7 miljard vanaf 2028). Over de invulling wordt overleg gevoerd met ondernemersorganisaties vanwege het vestigingsklimaat.
- Pensioenbeleid: het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 zes jaar lang niet geïndexeerd en blijft tot 2032 bevroren op €137.800 (het niveau van 2026). Daardoor daalt de fiscale subsidiëring van pensioenopbouw voor de hoogste inkomens; gekoppeld aan het maximum premieloon leidt dit ook tot minder premie-inkomsten en aanvullende lastenverzwaringen om het EMU-saldo te beveiligen.
- Belasting- en wetswijzigingen uitgesteld of bijgesteld: negen aangenomen amendementen bij het Belastingplan leveren in hoofdzaak inkomensderving op in 2026–2027. De Wet herziening bedrag ineens wordt uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029, met derving in 2026–2028. Een afrondingsfout bij de pseudo-eindheffing voor fossiele zakelijke auto’s is gecorrigeerd.
- Zorg en sociale uitkeringen: een meevaller op de Zvw verlaagt premies maar wordt ingezet om tegenvallers elders op te vangen; om het EMU‑saldo te beschermen zijn compensaties via de eerste twee schijven van de inkomstenbelasting en de Aof‑premie noodzakelijk.
- Arbeidsongeschiktheid en uitvoeringskosten: WIA‑uitgaven stijgen substantieel (+€285 mln in 2026; +€1.065 mln in 2031), vooral door meer aanvragen, toename van psychische aandoeningen en langere wachttijden voor beoordelingen. ZW‑uitgaven worden in 2026 met circa €195 mln opgehoogd; ook uitvoeringskosten van UWV en verwachte AOW‑lasten zijn naar boven bijgesteld.
- Jurisprudentie en herstelacties: een CRvB‑uitspraak over loonloze tijdvakken leidt tot hogere WIA‑uitkeringen; het UWV voert herstelacties uit. Extra middelen zijn vrijgemaakt voor uitkeringsontvangers die vierwekelijks uitkeren (±€34 mln in 2026; €22 mln in 2031).
- Hervormingen en kabinetsafspraken: invoering van de afschaffing van de tegemoetkoming arbeidsongeschikten is uitgesteld naar 2028. Per 2030 vervalt voor nieuwe aanvragers het duurzaamheidscriterium in de WIA waardoor de IVA niet meer wordt toegekend; bestaande gerechtigden houden hun rechten. Uit het coalitieakkoord: compensatieregeling transitievergoeding vervalt per 2028; maximumdagloon wordt per 2029 met 20% verlaagd; maximale WW‑duur beperkt per 1‑1‑2028 tot één jaar. Per 1‑1‑2030 wordt de WW in de eerste twee maanden 80% van het loon, met strenger refertecriterium en langzamere opbouw — samen goed voor structurele besparingen tot circa €1,5 miljard.

Kader en uitvoering
Veel aanpassingen volgen rechtstreeks uit actuele uitvoeringsinformatie van UWV, SVB en CBS. De nota bevat zowel meevallers als tegenvallers en koppelt keuzes in sociale zekerheid en belastingen aan het doel de overheidsfinanciën stabiel te houden terwijl beleidsafspraken uit het coalitieakkoord worden uitgevoerd.