Werkgever bewust financieel benadeeld: dringende reden voor ontslag
In dit artikel:
Een kantonrechter oordeelt dat een werknemer zijn werkgever herhaaldelijk bewust financieel heeft benadeeld door misbruik van het personeelsbestelsysteem, maar dat het ontslag op staande voet niet meteen en dus niet rechtsgeldig is gegeven. Dat brengt zowel aansprakelijkheid als beperkte vergoedingsgevolgen met zich mee.
Wat gebeurde: de werkgever merkte langdurig onverklaarbare voorraadtekorten en verplaatsingen in het distributiecentrum op. Na een uitgebreider intern onderzoek (opgestart in november 2024) plaatste de werkgever vanaf januari 2025 een verborgen camera in het magazijn. Bij het terugkijken van beelden werden afwijkende handelingen van de werknemer vastgesteld op 21 maart, 28 mei en 2 juni 2025. Op 11 juni 2025 vroeg de werkgever personeelsgegevens en de bestelgeschiedenis van de werknemer op; ook een bestelling van 20 juni 2025 werd onderzocht. De werknemer werd op 23 juni 2025 geconfronteerd en terstond op staande voet ontslagen.
Juridische beoordeling: de rechter vond dat de werkgever niet voortvarend genoeg had gehandeld. Omdat al vanaf maart 2025 signalen bestonden en er in mei/juni opnieuw onregelmatigheden waren, had de werkgever eerder moeten doorpakken; het is onvoldoende verklaard waarom pas op 11 juni 2025 de bestelgegevens werden opgevraagd en waarom het nog acht dagen duurde tot het gesprek en ontslag. Doordat het ontslag niet onverwijld plaatsvond, is het formeel onjuist gegeven, waardoor de werknemer in beginsel recht heeft op een gefixeerde schadevergoeding ter compensatie van de niet nageleefde opzegtermijn.
Feitelijke vaststelling: los daarvan oordeelt de kantonrechter dat er wél sprake is van een dringende reden. Uit onderzoek, foto’s van geleverde dozen en tijdens de zitting getoonde bestelgegevens blijkt volgens de rechter dat de werknemer goedkope producten administratief bestelde maar middel van label- of verpakkingwisselingen duurdere artikelen (bijvoorbeeld 83 Quooker-boilers à €821,49 en 365 Hager-groepen kasten à circa €1.500) liet leveren en behield, zonder de juiste prijs te betalen. Gelet op omvang en aard van de leveringen acht de rechter het onwaarschijnlijk dat de werknemer niets van de afwijkende leveringen zou hebben geweten. Daarmee is sprake van ernstig verwijtbaar handelen.
Gevolgen voor vergoedingen: omdat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, stelt de rechter de billijke vergoeding op nihil en spreekt geen transitievergoeding toe. Wel toekent de rechter de gefixeerde schadevergoeding voor de overschreden opzegtermijn. Uitgaande van een maandsalaris van €2.852,46 plus 12,5% onregelmatigheidstoeslag en 8% vakantietoeslag en een opzegtermijn van vier maanden, kwam de rechter uit op €13.801,34 bruto.
Kort gezegd: misbruik door de werknemer is bewezen en levert een dringende reden op, maar procedurele vertraging door de werkgever maakte het ontslag formeel ongelast, met als resultaat betaling van een opzegvergoeding maar geen billijke vergoeding of transitievergoeding.