Werkgever mocht minuren niet verrekenen met eindafrekening

woensdag, 25 februari 2026 (08:22) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever ten onrechte minuren van de eindafrekening heeft afgetrokken en moet de werknemer in totaal € 6.281,65 bruto betalen. In een verstekvonnis van 28 mei 2025 was de werkgever eerder veroordeeld tot betaling van € 10.950,95 bruto (voor ingehouden minuren, achterstallig loon, onregelmatigheidstoeslag, eenmalige uitkering, eindejaarsuitkering en vakantiegeld). De werkgever ging in verzet, het verstekvonnis werd vernietigd en de kantonrechter herzag de beslissing.

Feiten: de werknemer was tot 1 januari 2021 in dienst op basis van opeenvolgende tijdelijke contracten onder de cao Gehandicaptenzorg. Tot 28 februari 2019 werkte zij gemiddeld 16 uur per week, vanaf 1 maart 2019 gemiddeld 24 uur. Het laatstverdiende bruto maandsalaris was € 1.665,26. Omdat het contract na 31 december 2020 niet werd voortgezet, stuurde de werkgever in december 2020 een eindafrekening waarin € 4.006,42 bruto werd ingehouden voor te weinig gewerkte uren (minuren) over 2019 en 2020: 42,84 uur respectievelijk 247,32 uur. De werknemer erkent dat ze die jaren minder uren maakte dan in het contract stond, maar betwist dat die minuren op haar kosten mogen komen.

Rechtsgrond en oordeel: volgens de cao en artikel 7:628 lid 1 BW mag loon voor niet-gewerkte uren alleen worden ingehouden indien de werknemer voldoende gelegenheid is gegeven om de uren in te halen. De kantonrechter stelt vast dat de werkgever de werknemer niet voldoende die gelegenheid heeft geboden. Enkel het openstellen van diensten om zich op in te schrijven is onvoldoende; er had regelmatig en concreet op de minuren gewezen moeten worden en er hadden redelijke, tijdige verzoeken moeten plaatsvinden. De korte termijnverzoeken die er wel waren, waren ongeschikt omdat de werknemer jonge kinderen heeft en daardoor niet flexibel genoeg was om steeds last-minute in te vallen. De werkgever kon niet aantonen dat hij de medewerker voldoende heeft aangezet om de uren te compenseren. Daardoor mocht het tekort niet als vakantie worden aangemerkt en was het onrechtmatig om die minuren bij de eindafrekening van haar loon af te trekken. De kantonrechter verklaarde daarom de inhouding van € 4.006,42 bruto onterecht.

Andere onderdelen van de vordering: de werknemer krijgt daarnaast toegewezen € 2.509,72 bruto onregelmatigheidstoeslag (ORT). De werkgever voerde geen verweer tegen betaling van een eenmalige uitkering (€ 258,48), eindejaarsuitkering (€ 1.261,37), vakantiegeld (€ 816,08) en het loon over december 2020 (€ 1.436,00), zodat die bedragen eveneens zijn toegekend. Omdat de betalingen te laat zijn gedaan zijn ook de wettelijke verhoging (de werknemer vorderde de maximale 50%) en wettelijke rente vanaf 1 januari 2021 toegewezen; de verhoging is niet gematigd.

Kortom: de werkgever moest de onterecht ingehouden minuren terugbetalen plus achterstallige vergoedingen, ORT, vakantiegeld en toeslagen, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, omdat hij niet aannemelijk maakte dat de werknemer voldoende kans had gekregen die minuren tijdens het dienstverband in te halen. De uitspraak sluit aan bij een eerdere uitspraak uit oktober 2024 waarin ook minuren ten nadele van de werknemer werden toegewezen.