Werkgever mocht te veel betaald loon verrekenen, loonstop ook terecht

dinsdag, 3 februari 2026 (21:36) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Een werknemer trad op 1 september 2023 in dienst bij een werkgever voor 20 uur per week; vanaf 8 februari 2024 was dit op verzoek van de werknemer aangepast naar 16 uur per week (werkdagen donderdag en vrijdag). De salarisadministratie verwerkte die wijziging niet correct, waardoor de werknemer over de maanden februari tot en met juli 2024 te veel loon ontving. De leidinggevende signaleerde dit op 12 juli 2024; zowel op 25 juli (met HR) als later protesteerde de werknemer tegen de verrekening.

De werkgever verrekende het merendeel van het te veel betaalde loon in augustus 2024 met het individueel keuzebudget (IKB) en de rest met het loon van augustus 2024. De werknemer meldde zich op 1 augustus 2024 ziek en was in augustus deels onbereikbaar voor de arbodienst. De bedrijfsarts stelde eind augustus 2024 beperkingen vast en adviseerde een korte time‑out en later een gesprek over werkstressoren; daarna stelde de bedrijfsarts mediation voor.

De verhouding liep verder vast: de werknemer weigerde afspraken te voeren zolang het verrekende loon niet was terugbetaald, zegde meerdere uitnodigingen af en gaf geen concreet tegenvoorstel voor terugbetaling. Op 16 oktober 2024 waarschuwde de werkgever dat afwezigheid bij het re-integratiegesprek zou gelden als weigering mee te werken aan re-integratie en tot loonstop zou leiden. De werknemer verscheen niet op het gesprek; daarop zette de werkgever het loon stop. In december 2024 betaalde de werkgever vakantiedagen en het restant van het IKB uit. De arbeidsovereenkomst was verlengd tot 1 april 2025 maar werd niet opnieuw voortgezet; de werkgever bevestigde dit per brief van 27 januari 2025.

De werknemer stapte naar de kantonrechter met vorderingen voor transitievergoeding, billijke vergoeding, aanzegvergoeding en achterstallig loon. De rechter oordeelt dat werkgever bevoegd was het te veel betaalde loon te verrekenen: partijen zijn het erover eens dat sprake was van overbetaling en de werkgever heeft meerdere terugbetalingsvoorstellen gedaan; de werknemer reageerde steeds afwijzend en deed geen concreet tegenvoorstel. Verrekening met het IKB is minder ingrijpend en toegelaten; verrekening met loon is ook toegestaan zolang de minimumloon- of beslagvrije voet niet wordt overschreden. De werknemer voerde de beslagvrije voet niet tijdig of onvoldoende gemotiveerd aan, zodat die verdediging niet wordt gevolgd.

De loonstop is volgens de kantonrechter rechtsgeldig: de werknemer had re-integratieverplichtingen en heeft deze in ernstige mate verzaakt door niet te verschijnen en niet mee te werken, zodat de werkgever mocht stoppen met loon. Omdat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, wordt de transitievergoeding afgewezen. Verzoeken om billijke vergoeding en aanzegvergoeding worden eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat die te laat zijn ingediend (meer dan drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst of na het ontstaan van de aanzegverplichting).

Wel krijgt de werknemer deels gelijk: de werkgever heeft erkend dat het loon over de periode 1 oktober 2024 tot en met 16 oktober 2024 ten onrechte niet is betaald en moet dat alsnog uitbetalen, plus een salarisspecificatie. Door deze late betaling is de wettelijke verhoging verschuldigd; de rechter beperkt die verhoging tot 25%. Wettelijke rente over het achterstallige loon wordt toegewezen vanaf de opeisbaarheidsdatum. Andere vorderingen van de werknemer – uitbetaling van vakantiedagen na 16 oktober 2024 en betaling voor overuren – worden afgewezen. De werkgever heeft onderbouwd dat vakantiedagen tot en met 16 oktober zijn opgenomen en het restant IKB is uitgekeerd; de werknemer kon de overuren niet voldoende aantonen of registreren.

Kort gezegd: de rechtbank oordeelt dat de werkgever terecht heeft verrekend en de loonstop heeft mogen toepassen vanwege het niet meewerken van de werknemer aan re-integratie; de werknemer krijgt alleen loon toegewezen voor 1–16 oktober 2024 en een beperkte wettelijke vergoeding en rente.