Werkgever moet achterstallig loon betalen - werknemer heeft spoedeisend belang
In dit artikel:
Een werknemer die per vaststellingsovereenkomst met zijn werkgever op 1 juli 2023 uit dienst trad, kreeg de afgesproken beëindigingsvergoeding en eindafrekening niet uitbetaald. Partijen tekenden de vaststellingsovereenkomst op 22 mei 2023; daarin werd bepaald dat de werkgever uiterlijk 31 december 2023 betaalde. Op 21 juni 2023 ontving de werknemer wel een specificatie van de eindafrekening. De werkgever betaalde uiteindelijk alleen het netto loon over april 2023 (€ 4.293,67); overige bedragen bleven uit. Ongeveer twee jaar later startte de werknemer een procedure bij de kantonrechter om de nog openstaande bedragen, wettelijke rente en de wettelijke verhoging te vorderen.
De werkgever erkende niet dat de bedragen onterecht waren gevorderd, maar stelde dat de werknemer geen spoedeisend belang had bij onmiddellijke rechterlijke maatregelen. De kantonrechter verwierp dit verweer. Ten eerste geldt dat loonvorderingen van zichzelf veelal een spoedeisend belang inhouden. Bovendien had de werknemer aangevoerd dat de uitblijvende betalingen haar persoonlijke financiën (bijvoorbeeld een geplande woningrenovatie) en de bedrijfsvoering van haar eigen onderneming negatief beïnvloedden. Ze bracht ook naar voren dat de werkgever mogelijk betalingsproblemen heeft en faillissement zou kunnen aanvangen; de werkgever heeft deze stellingen niet bestreden. Dat gebrek aan verweer maakte de beweringen voldoende aannemelijk, zodat het spoedeisend belang werd aangenomen. De kantonrechter vond het tijdsverloop tussen de betalingstermijn (31 december 2023) en het instellen van de procedure niet doorslaggevend.
De rechter kende de gevorderde hoofdsommen toe, stelde dat de werkgever vanaf 1 januari 2024 in verzuim verkeert en veroordeelde hem tot betaling van de wettelijke rente vanaf die datum tot volledige voldoening. Tevens werd de wettelijke verhoging toegewezen over de loonbestanddelen in de eindafrekening (onder meer loon over april–mei, vakantiebijslag en niet-genoten vakantiedagen). Het argument van de werkgever dat hij de bedragen niet kon betalen (geen betalingsonwil) was onvoldoende om de verhoging te weigeren of te matigen.
Belangrijke boodschap: een vaststellingsovereenkomst legt bindende betalingsverplichtingen op; bij niet-naleving kan de werknemer snel juridisch optreden en aanspraak maken op zowel rente als wettelijke verhoging, ook als de werkgever financieel krap zit.