Werkgever stemde niet in met vaststellingsovereenkomst, recht op loon
In dit artikel:
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst niet met wederzijds goedvinden per 1 april 2026 is geëindigd. De werkgever had op 26 november 2025 een vaststellingsovereenkomst aangeboden, maar de werknemer heeft die niet ondertekend. Hij zei eerst juridisch advies te willen inwinnen en liet via zijn advocaat weten het aanbod niet te hebben aanvaard. Stilte, gedeeltelijke voortzetting van het werk of opmerkingen tegen een collega konden volgens de rechter niet als instemming worden uitgelegd. Bovendien hield de aangeboden regeling geen rekening met de contractuele opzegtermijn en jaarlijkse bonussen bij de berekening van de transitievergoeding.
De brief van de advocaat van de werkgever van 23 april 2026 mocht de werknemer, gezien de eerdere communicatie, het stopzetten van het loon en de eis om bedrijfseigendommen in te leveren, opvatten als een eenzijdige opzegging. Die opzegging was niet rechtsgeldig: de werknemer had niet schriftelijk ingestemd en de werkgever beschikte niet over een dringende reden of toestemming van het UWV. De rechter vernietigt de opzegging.
De werkgever moet het loon en de vakantiebijslag vanaf 1 april 2026 doorbetalen totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt. Omdat het loon te laat is betaald, krijgt de werknemer daarnaast de wettelijke verhoging van 50 procent.
Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van héérlijke oude beelden na nieuws over tv-terugkeer 'Ik Geloof in Mij'