Werknemer hoeft dubbele bonus niet terug te betalen vanwege finale kwijting

maandag, 2 maart 2026 (09:51) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Een werknemer ontving per abuis in april 2022 twee keer zijn jaarlijkse STIP-bonus; één betaling had volstaan. De bonus voor 2021 was vastgesteld op € 52.387,43 bruto, maar door een fout betaalden twee verschillende entiteiten in april 2022 netto samen ongeveer € 59.278,53 aan STIP-bonus uit, zodat de werknemer netto circa € 67.237,21 ontving terwijl zijn normale maandloon € 15.032,85 netto bedroeg. Werkgever ontdekte de dubbele uitbetaling later en probeerde het te veel betaalde nettobedrag van € 32.882,87 te verrekenen met bedragen die de werknemer nog tegoed zou hebben na verwerking van belastingaangiften en berekeningen in het kader van de Tax Equalization Policy.

Partijen hadden op 17 april 2023 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de arbeidsovereenkomst per 1 september 2023 werd beëindigd en onder meer een beëindigingsvergoeding van € 284.644 bruto was afgesproken. Die overeenkomst bevatte een ruime finale kwijting: partijen spraken af geen verdere aanspraken meer op elkaar te zullen maken uit hoofde van de arbeidsovereenkomst of de beëindiging daarvan. Bij de berekening van de beëindigingsvergoeding was voor 2021 uitgegaan van één STIP-bonus, dus zonder de dubbelbetaalde bonus.

De werkgever stelde later per brief vast dat in april 2022 abusievelijk twee verschillende entiteiten dezelfde bonus hadden uitbetaald en wilde het te veel betaalde nettobedrag verrekenen met nog te betalen bedragen aan de werknemer. De werknemer verweerde zich met een beroep op de finale kwijting uit de vaststellingsovereenkomst.

De kantonrechter oordeelde dat de werknemer het te veel betaalde bedrag niet hoefde terug te betalen en dat verrekening niet is toegestaan omdat de brede formulering van de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst wél dergelijke vorderingen uitsluit, ook voor aanspraken die werkgever bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst nog niet kende. Van belang waren niet alleen de bewoordingen van het kwijtingsbeding — waarin sprake is van een volledige regeling van “mogelijke” en “alle” aanspraken — maar ook de omstandigheden: de overeenkomst werd pas een jaar na de onverschuldigde betaling gesloten en werkgever trad op met professionele bijstand.

Hoewel de rechter aannam dat de werknemer, gezien zijn hoge positie (hij was ooit CEO van de aan werkgever gelieerde Belgische vennootschap), toegang had tot salarisstroken en waarschijnlijk op de hoogte was van de ongewone uitbetaling, verandert dat niets aan de werking van de finale kwijting: de onverschuldigde betaling en eventuele ongerechtvaardigde verrijking konden niet meer tot verhaalsrecht leiden. De kantonrechter wees de vordering van werkgever af en wees de door werknemer gevraagde verklaring toe dat werkgever gehouden is de finale kwijting na te leven en geen aanspraken meer heeft uit de STIP-bonus.

Zaken als deze illustreren dat een ruim geformuleerde finale kwijting in een vaststellingsovereenkomst ook later herstel van onverschuldigde betalingen kan blokkeren, zeker wanneer de overeenkomst is opgesteld met advies en geruime tijd na de fout is gesloten. Werkgevers die later fouten ontdekken moeten daarom zorgvuldig beoordelen of een terugvordering juridisch mogelijk is gezien eerder gemaakte beëindigingsafspraken.