'Werknemer levert in door premieverhoging vanwege verlaging maximumdagloon'

zaterdag, 11 april 2026 (15:51) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Het kabinet wil het maximumdagloon voor WW-, WIA- en zwangerschapsuitkeringen per het coalitieakkoord (vanaf 2029) met 20% verlagen. Dat betekent een daling van het maximum van €6.617 naar €5.293 bruto per maand (jaarlijks van €79.400 naar €63.500). Volgens een berekening van vakbond CNV leidt die maatregel tot een verlies van premie-inkomsten voor de overheid van ongeveer €2,3 miljard; de directe begrotingsopbrengst van de lagere uitkeringen is circa €810 miljoen.

Om die premiederving te compenseren wil het kabinet de premietarieven verhogen — globaal ongeveer 0,8 procentpunt — verdeeld over premies voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en de opslag kinderopvang. Formeel dragen werkgevers de premies af, maar CPB-cijfers laten zien dat premieverhogingen vooral bij werknemers terechtkomen omdat ze de loonruimte beperken en zo loonstijgingen drukken.

CNV rekent uit wat die verschuiving voor werknemers betekent: mensen met een jaarinkomen tot ongeveer €30.000 zouden rond €240 per jaar minder overhouden door hogere premies; bij een inkomen van €60.000 is dat zo’n €480 per jaar. Opvallend is dat CNV berekent dat inkomens boven ongeveer €80.000 juist kunnen profiteren — plus ongeveer €700 per jaar — omdat zij minder profiteren van het hogere maximumpremieloon bij uitkeringen. CNV-voorzitter Hans van den Heuvel noemt het “een dagloonboemerang” en wijst erop dat groepen als leerkrachten tot rond €500 per jaar kunnen kwijtspelen.

Het kabinet houdt vast aan de koppeling tussen premieloon en maximumdagloon, maar erkent in antwoorden van minister Vijlbrief op Kamervragen dat de precieze verdeling van lasten ook afhangt van andere maatregelen uit het coalitieakkoord en overleg met werkgevers. Het CPB waarschuwt verder dat de maatregelen een negatief koopkrachteffect hebben voor mensen met relatief hoge WW- of WIA-uitkeringen en dat lagere reële cao-lonen (ongeveer 0,1% per jaar) bij kunnen dragen aan koopkrachtdaling.

De plannen zijn nog niet definitief: er lopen Kamermoties om alternatieven te onderzoeken en om bestaande uitkeringsgerechtigden te respecteren. De Eerste Kamer nam bovendien onlangs een motie aan om af te zien van een versnelde verhoging van de AOW-leeftijd. Minister Vijlbrief onderzoekt ook of zwangere werknemers en ouders een uitzondering kunnen krijgen voor het verlagen van het maximumdagloon.