Werknemer moet zich aan concurrentiebeding houden, wel minder lang dan afgesproken

vrijdag, 23 januari 2026 (07:36) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Een AGF-groothandel (voornamelijk fruit) houdt een voormalige junior accountmanager terecht aan een concurrentiebeding, maar het hof beperkt de duur ervan. De werknemer had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en zei zijn baan zelf op met ingang van 26 september 2025. In zijn contract stond een non-concurrentieclausule die hem verhinderde tot 26 september 2026 in dienst te treden bij een AGF-groothandel in de Benelux. Hij vroeg de kantonrechter om dat beding per direct te schorsen, of anders een schadevergoeding van €24.000. De werkgever wilde handhaving van het beding.

De kantonrechter gaat er voorlopig van uit dat het beding rechtsgeldig is: het stond schriftelijk in een contract voor onbepaalde tijd (artikel 7:653 lid 1 BW). Ook lijkt het nieuwe bedrijf inderdaad een concurrent, iets wat de werknemer in zijn dagvaarding zelf veronderstelde. Daarom is het uitgangspunt dat de werknemer in principe niet meteen bij die concurrent mag beginnen.

Toch komt de rechter tot een middenweg. Hoewel het concurrentiebeding noodzakelijk wordt geacht omdat de werknemer tijdens zijn ongeveer 2,5-jarig dienstverband kennis heeft verworven die de concurrentieverhoudingen zou kunnen verstoren, acht de rechter een volledige duur tot 26 september 2026 niet proportioneel. Factoren die meespelen: de AGF-markt is zeer concurrerend, het nieuwe bedrijf is een start-up (bestaat sinds mei 2025) die extra kwetsbaar is, maar kennis verliest na verloop van tijd aan gevoeligheid. Ook weegt mee dat de werknemer bij de nieuwe werkgever slechts €250 bruto per maand meer zou gaan verdienen en een vergelijkbare functie behoudt — een beperkte verbetering. Verder heeft de werkgever aangetoond dat de werknemer alternatieven heeft (bijvoorbeeld werken bij groothandels in andere sectoren of bij bedrijven in de groentesector, waarvoor de werkgever minder bezwaren ziet).

De rechter concludeert dat in een bodemprocedure waarschijnlijk zou worden beslist dat het beding niet tot september 2026 hoeft te blijven bestaan en dat vernietiging per 1 juli 2026 aannemelijk is. Daarom schorst de kantonrechter het concurrentiebeding met ingang van 1 juli 2026. De werknemer kan dus vanaf die datum bij de concurrent in dienst treden; het beding geldt tot dan nog wel.

Kernboodschap: het concurrentiebeding wordt deels gehandhaafd omdat bescherming van bedrijfsbelangen gerechtvaardigd is, maar de rechter verkort de termijn omdat de volledige duur onevenredig zou zijn ten opzichte van de belangen van de werknemer en de aard van de sector.