Werknemers recht op urenuitbreiding - geen zwaarwegend bedrijfsbelang werkgever
In dit artikel:
De kantonrechter heeft werknemers gelijk gegeven die op grond van artikel 2 Wet flexibel werken (Wfw) om uitbreiding van hun uren hadden verzocht bij een supermarkt. Het verzoek werd toegewezen: de werkgever mocht weigeren alleen als zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen dat vereisten, maar van zulke belangen is volgens de rechter geen sprake gebleken.
De supermarkt had betoogd dat de werknemers misbruik van recht maakten omdat zij bij meer uren ook profiteren van de Roostervrije seniorendagen (RSD)-regeling. De rechter oordeelt dat dat voordeel niet doorslaggevend is: de werknemers moeten daadwerkelijk substantieel meer werken. Concrete berekeningen lieten zien dat werknemer 1 van 24 naar 40 uur gaat (+16 uur) en uiteindelijk netto nog circa 14,29 uur extra per week moet werken; werknemer 2 van 32 naar 40 uur (+8 uur) en netto circa 6,29 uur extra per week. De RSD-toekenning (3,5 uur per week bij volle uitbreiding) wordt gecorrigeerd door vervallen cao-verlofrechten (leeftijdsverlof en ADV), zodat het nettoverlofvoordeel slechts circa 1,71 uur per week bedraagt. Omdat er wel degelijk een aanzienlijke extra arbeidsprestatie tegenover het voordeel staat, is er geen misbruik in de zin van artikel 3:13 BW.
De supermarkt voerde verder aan dat de RSD-regeling bedoeld is voor oudere werknemers met langdurig fysiek of mentaal belastend fulltime werk. De werkgever erkende echter dat in de cao die op de werknemers van toepassing is geen dergelijke voorwaarde staat en dat een latere cao-wijziging (Logistiek 2025/2026) hier niet van toepassing is. De kantonrechter liet de doelstelling van de RSD-regeling verder buiten beschouwing omdat de cao-tekst geen uitsluitingsgrond bevat voor deze situatie.
Ook onderzocht de rechter of er zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn die weigering zouden rechtvaardigen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat alleen economische, technische of operationele belangen die ernstig zouden worden geschaad daartoe leiden; de supermarkt heeft niet aannemelijk gemaakt dat dergelijke belangen spelen. Daarom mocht zij het verzoek niet afwijzen.
Gevolgen van de uitspraak: de supermarkt is verplicht de werknemers direct toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden voor 160 uur per periode van vier weken (fulltime). De gevorderde betaling van fulltimeloon vanaf periode 6 is toegewezen; de rechter matigde alleen de wettelijke verhoging van het loon tot 10%. Ook is de betaling van de contante waarde van gemiste ouderdoms- en nabestaandenpensioenopbouw toegewezen. Uit correspondentie blijkt dat de werknemers zich vanaf 19 mei 2024 beschikbaar hadden gehouden; het feit dat de werkgever daardoor de uren niet liet werken, komt voor haar rekening.
Kort gezegd: de rechtbank beschouwt de urenuitbreiding als een toegestaan gebruik van het Wfw-recht, geen misbruik, en ziet geen zwaarwegende bedrijfsbelangen die weigering rechtvaardigen; de werkgever moet de werknemers fulltime toelaten en achterstallig loon en pensioenschade vergoeden.