'Wet meer zekerheid flexwerkers geeft werkgevers voldoende flexibiliteit'
In dit artikel:
Het kabinet wil met het wetsvoorstel **Meer zekerheid flexwerkers** de positie van flexwerkers verbeteren, terwijl werkgevers genoeg ruimte houden om personeel flexibel in te zetten. Minister **Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid** heeft hierover antwoorden gegeven op vragen uit de **Eerste Kamer**. De Tweede Kamer keurde het voorstel al goed op **12 mei 2026**; de Eerste Kamer bespreekt het op **6 of 7 juli**, met een beoogde invoering op **1 januari 2028**.
Kern van het voorstel is dat **zekerheid voor werkenden** zwaarder gaat wegen dan nu, onder meer door het **afschaffen van nulurencontracten** en het aanpakken van zogeheten **draaideurconstructies**, waarbij mensen via opeenvolgende tijdelijke contracten structureel op flexibel werk blijven hangen. De regering verwacht dat dit vaker zal leiden tot **vaste contracten** en minder uitstroom naar bijvoorbeeld de WW.
Tegelijkertijd blijven er volgens het kabinet voldoende mogelijkheden voor bedrijven om snel op wisselende vraag in te spelen. Denk aan het **bandbreedtecontract**, een mogelijke **jaarurennorm via cao**, uitzendwerk, tijdelijke contracten binnen de ketenregeling en specifieke uitzonderingen voor seizoenswerk of functies met een beperkt arbeidsaanbod. Werkgevers mogen bovendien vast personeel flexibeler inzetten en in sommige gevallen extra laten werken.
Voor sectoren met sterke schommelingen in werkdruk wil de regering vóór de invoering knelpunten in kaart brengen, samen met betrokken brancheorganisaties. Ook na invoering wordt onderzocht of de gekozen **130%-bandbreedte** goed werkt in de praktijk. Het doel is uiteindelijk een arbeidsmarkt die **minder onzekerheid voor werknemers** biedt, zonder de **wendbaarheid van werkgevers** onnodig te beperken.
De Oranjezomer: Sander de Kramer raakt Leontien van Moorsel in het gezicht: 'Au, mijn neus'