'Wet meer zekerheid flexwerkers maakt werkgevers minder flexibel maar geeft wel duidelijkheid'
In dit artikel:
De Eerste Kamer heeft op 7 juli ingestemd met de Wet meer zekerheid flexwerkers, die vanaf 1 januari 2028 ingaat. De wet moet werknemers met een flexibel contract meer voorspelbaarheid geven over inkomen en werktijden, en een eind maken aan langdurige onzekerheid bij tijdelijke contracten, oproepwerk en ongelijke arbeidsvoorwaarden.
Een belangrijk onderdeel is het aanpakken van zogenoemde draaideurconstructies. Waar werkgevers nu na een pauze van zes maanden opnieuw tijdelijke contracten kunnen aanbieden, wordt die onderbreking straks drie jaar. Daardoor wordt het lastiger om mensen structureel op losse contracten te houden.
Ook het nulurencontract verdwijnt en maakt plaats voor het bandbreedtecontract. Werkgevers moeten daarin een minimum en maximum aan uren afspreken, waarbij het maximum hooguit 130 procent van het minimum mag zijn. Dat biedt werknemers meer grip op hun rooster, maar beperkt werkgevers juist in drukke of wisselende perioden.
Verder krijgen uitzendkrachten wettelijk recht op arbeidsvoorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die van vaste werknemers bij het inlenende bedrijf. Volgens Pascal Besselink van DAS levert de wet werkgevers minder flexibiliteit op, maar wel meer duidelijkheid over de regels. Tegelijk blijft de vraag hoe groot de praktische impact zal zijn, omdat flexwerkers vaak terughoudend zijn om hun rechten af te dwingen.
De Oranjezomer: Directeur ANWB Alarmcentrale adviseert toekomstige vakantiegangers: 'Dat is belangrijk!'