Wetsvoorstel fiscale stimulering start-ups en scale-ups: hoofdlijnen op een rij

dinsdag, 6 oktober 2026 (16:22) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Het wetsvoorstel fiscale stimulering start-ups en scale-ups moet aandelenopties als beloningsinstrument aantrekkelijker maken. Start-ups en scale-ups hebben vaak onvoldoende middelen om hoge salarissen te betalen; werknemers kunnen daarom worden beloond met opties of aandelen, waarmee zij delen in de toekomstige groei van het bedrijf.

De voorgestelde regeling wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964. Een onderneming moet bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een beschikking aanvragen om als start-up of scale-up te worden erkend. Daarvoor moet zij werken met een innovatief, schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel. De beschikking geldt acht jaar en kan maximaal drie keer met vijf jaar worden verlengd. Bij faillissement, een beursgang of het niet langer voldoen aan de voorwaarden vervalt de kwalificatie.

De belangrijkste fiscale wijzigingen moeten volgens de planning op 1 januari 2027 ingaan. Het belastbare loonvoordeel uit aandelenopties wordt dan beperkt tot 65 procent van het voordeel. Daardoor moet het effectieve tarief ongeveer aansluiten bij belastingheffing in box 2. Daarnaast vindt de heffing in beginsel plaats wanneer de met de opties verkregen aandelen worden verkocht, in plaats van wanneer de opties worden uitgeoefend of de aandelen verhandelbaar worden. De regeling zou ook gelden voor opties die vanaf 17 april 2025 zijn verstrekt en nog in de loonheffing vallen. Een vrijstelling in box 3 is voorzien vanaf 1 januari 2028.

Voor toepassing moeten werkgever en werknemer schriftelijk vastleggen dat de opties of aandelen minstens twee jaar na toekenning niet worden verkocht. Bij uitdiensttreding ontstaat geen heffingsmoment: ook een voormalige werknemer betaalt pas bij verkoop. De werkgever moet vooraf schriftelijk instemmen met een verkoop, via een overeenkomst tussen werknemer, werkgever en koper. Bij emigratie kan een fictieve verkoop worden aangenomen, zodat de belastingclaim op de al ontstane waardestijging wordt veiliggesteld.

Wanneer een onderneming later niet meer kwalificeert, behoudt de werknemer het voordeel naar verhouding over de periode waarin de onderneming wel onder de regeling viel. Over de resterende periode geldt de normale regeling. Bij het vervallen van de RVO-beschikking of een beursgang wordt voor nog niet belaste opties eveneens teruggevallen op de bestaande loonheffing.

De regeling vermindert naar verwachting het aantal waarderingsmomenten en daarmee een deel van de administratieve lasten. Daar staan extra verplichtingen tegenover, zoals de RVO-aanvraag, langere administratie en de vereiste goedkeuring bij verkoop. Per saldo worden de jaarlijkse extra lasten geraamd op ongeveer 110.000 euro voor werknemers en 122.000 euro voor werkgevers.

De Belastingdienst acht invoering per 1 januari 2027 technisch mogelijk, maar waarschuwt voor beperkte handhaafbaarheid, fraudegevoeligheid en onvoldoende voorlichting. De dienst heeft geen eigen informatie over aandelenverkopen en kan afhankelijk zijn van aangiften en arbeidsintensieve controles. Werkgevers kunnen bovendien het zicht op voormalige werknemers verliezen. Door de nieuwe heffing bij verkoop naast bestaande keuzemomenten wordt de regeling complexer en kunnen voor start-ups en scale-ups drie mogelijke heffingsmomenten ontstaan.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Ik word beroerd van mensen die blijven protesteren tegen Marco Borsato’