Wetsvoorstel invoeren rechtsvermoeden op basis van uurtarief - antwoord op vragen

donderdag, 19 maart 2026 (16:51) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Minister Karien van Aartsen (SZW) heeft een nota naar aanleiding van het verslag over het wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamer waarin het voorstel voor een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief wordt toegelicht. Het verduidelijkingsdeel van het eerdere Vbar-wetsvoorstel is geschrapt: alleen het nieuw voorgestelde rechtsvermoeden blijft over.

Kern van het voorstel
- Werkenden die minder verdienen dan een vastgesteld uurtarief kunnen zich civielrechtelijk op een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst beroepen, waardoor hun procesrechtelijke positie wordt versterkt. De uiteindelijke beoordeling of er daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst is, blijft gebaseerd op artikel 7:610 BW (arbeid, loon en werken in dienst van/gezag).
- Het rechtsvermoeden geldt uitsluitend civielrechtelijk tussen werkende en opdrachtgever; de Belastingdienst en sociale zekerheidsinstanties toetsen onafhankelijk en nemen het uurtarief niet mee in hun handhavingstrategie.

Tarief, indexatie en berekening
- De regering heeft het uurtarief voor het rechtsvermoeden berekend op basis van 120% van het wettelijk minimumuurloon (doel: bescherming van kwetsbare werkenden). Met peildatum 1 januari 2025 kwam dat uit op €36; door indexatie aan het wettelijk minimumloon bedraagt het tarief per 1 januari 2026 €38,00 (niet afgerond €37,07).
- Een alternatief, afgeleid van het maximumdagloon (SER-MLT-methode), zou neerkomen op ongeveer €41, maar dat is niet gekozen omdat het kabinet het begrijpelijker vindt het tarief te laten aansluiten op het minimumloon.
- Het uurtarief wordt jaarlijks geïndexeerd tegelijk met het wettelijk minimumloon; beleidsmatige verhogingen van dat minimum worden doorberekend.

Inwerkingtreding en reikwijdte
- Het wetsvoorstel is ingediend op 7 juli 2025; beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026, mits uitvoerbaar. De onmiddellijke werking betekent dat werkenden vanaf de inwerkingtredingsdatum het rechtsvermoeden kunnen inroepen; dit geldt ook voor lopende arbeidsrelaties die voor die datum zijn begonnen. Als een rechter vaststelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, geldt die kwalificatie terugwerkend voor de hele duur van die relatie.
- Het nieuwe rechtsvermoeden verschilt van het bestaande artikel 7:610a BW omdat het uurtarief vaak al bij aanvang bekend is; daardoor kan het preventieve effect groter zijn dan bij het bestaande vermoeden dat een arbeidsrelatie al minimaal drie maanden moet hebben geduurd.

Maatregelen ter ondersteuning en handhaving
- Het kabinet verwacht vooral een preventieve werking: opdrachtgevers zouden door het bestaan van het rechtsvermoeden eerder correcte contracten sluiten.
- Tegelijk worden maatregelen aangekondigd om de uitvoerbaarheid en het doenvermogen van werkenden te verbeteren: campagnes en voorlichting via hetjuistecontract.nl, vakbonden kunnen namens werkenden procederen, en laagdrempelige geschilbeslechting (regelrechter) is sinds 1 maart 2025 bij vier rechtbanken beschikbaar voor vorderingen tot €5.000.
- Modelovereenkomsten worden uitgefaseerd; goedgekeurde modelovereenkomsten per 6 september 2024 blijven geldig tot eind 2029.

Beperkingen en risico’s
- Het tarief geeft geen sluitend bewijs: een hoog uurtarief sluit schijnzelfstandigheid niet uit en er is geen harde grens die altijd aangeeft wanneer sprake is van schijnzelfstandigheid. De cruciale toets blijft het bestaan van gezag/werken in dienst van.
- Constructies met bv’s kunnen slechts worden gepasseerd als de rechtspersoon geen reële bedrijfsvoering heeft; simpelweg rechtspersoonlijkheid zorgt niet automatisch voor zelfstandigheidsstatus.
- Omdat het rechtsvermoeden niet doorwerkt in sociale zekerheid en fiscaliteit, kan het ontwijkingsrisico blijven bestaan; het kabinet erkent dat de wetgeving niet elke ontwijking voorkomt.

Europa en planning
- De beoogde datum voor inwerkingtreding (1 juli 2026) moet aansluiten op een mijlpaal in het Europese Herstel- en Veerkrachtplan. Voor publicatie in het Staatsblad is afgesproken dat het onderdeel rechtsvermoeden uiterlijk 31 augustus 2026 gepubliceerd moet zijn; de regering voert hierover overleg met de Europese Commissie om financiële sancties te voorkomen.

Kortom: het wetsvoorstel introduceert een civielrechtelijk, op een geïndexeerd uurtarief gebaseerd vermoeden dat kwetsbare werkenden moet beschermen en een preventieve werking moet hebben, terwijl de definitieve juridische kwalificatie van arbeidsrelaties onverminderd volgens artikel 7:610 BW blijft plaatsvinden.