Wettelijke vakantiedagen vervallen niet vanzelf: wat moet werkgever doen?
In dit artikel:
Werknemers bouwen wettelijke vakantiedagen op van 4 keer de overeengekomen arbeidsduur per week per kalenderjaar (bij een 40-urige werkweek is dat 160 uur per jaar). CAO’s leveren vaak extra bovenwettelijke dagen op (meestal 5–10 dagen).
Belangrijk onderscheid: wettelijke vakantiedagen hebben een vervaltermijn van zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd; vakantiedagen van 2025 vervallen dus per 1 juli 2026. Bovenwettelijke dagen vallen niet onder die korte vervaltermijn maar onder verjaring: zij verjaren na vijf jaar (dagen uit 2025 vervallen per 1 januari 2031).
De werkgever draagt de bewijslast: wettelijke vakantiedagen vervallen niet automatisch. Werkgevers moeten werknemers actief, persoonlijk, nauwkeurig en tijdig informeren over saldo’s en de vervaldatum. Alleen vermelden in een arbeidsovereenkomst of personeelshandboek volstaat niet. Voldoet de werkgever niet aan deze informatieplicht, dan vervalt de korte termijn niet en geldt de vijfjarige verjaring.
Praktisch advies: informeer werknemers ruim vóór de vervaldatum — idealiter vier tot zes maanden van tevoren — en geef hen daadwerkelijk de mogelijkheid de dagen op te nemen. Bij hoge saldo’s is vroegtijdige communicatie (bijv. begin van het nieuwe jaar) aan te raden. Voor nadere vragen biedt de auteur, Monica Louwe (jurist arbeidsrecht bij SD Worx), contactmogelijkheden aan.