WIA-dagloon bepalen: geen gezagsverhouding, geen arbeidsovereenkomst

donderdag, 16 april 2026 (15:22) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

UWV hoefde de betalingen die een vrouw ontving uit een persoonsgebonden budget‑(pgb)overeenkomst met haar vader niet mee te rekenen bij het vaststellen van haar WIA‑dagloon, oordeelt de rechtbank. De kern van het geschil was of die pgb‑relatie als een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst moest worden gezien; dat zou betekenen dat de inkomsten als loon meegewogen moeten worden.

De rechtbank constateert dat twee gebruikelijke kenmerken van een arbeidsovereenkomst — persoonlijk verrichte arbeid en loonbetaling — in deze situatie aanwezig waren. Het ontbrekende derde element was echter een gezagsverhouding: het bevoegd zijn om aanwijzingen te geven en deze ook te kunnen laten opvolgen. De vrouw heeft weliswaar gesteld dat haar vader haar instrueerde en controleerde, maar zij bracht daarvoor onvoldoende concrete, controleerbare bewijzen naar voren. Sterker nog, de bijlage bij de zorgovereenkomst beschrijft de vader als relatief passief en afhankelijk van de zorg door zijn dochter, wat juist tegen een werkgeversrol spreekt.

De rechtbank wijst er verder op dat de SVB alleen een model “Zorgovereenkomst met partner of familielid” aanbood in dit geval, maar dat daarvan nog steeds aanvullende afspraken konden worden gemaakt over werkzaamheden, werktijden, ziekmelding en vervanging — elementen die een overeenkomst meer op een arbeidsovereenkomst kunnen laten lijken. Ook is in de modelovereenkomsten van de SVB een optie opgenomen waarbij de SVB de salarisadministratie doet (opting‑in), met inhouding van loonheffingen en Zvw‑bijdrage. Volgens de rechtbank hadden de dochter en haar vader dus wél de mogelijkheid om de relatie zodanig vorm te geven dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld door (door)instructies te regelen of controle achteraf te organiseren. Dat zij daarvoor niet koos, moet als een bewuste keuze worden gezien.

Tot slot oordeelt de rechtbank dat het buiten beschouwing laten van de pgb‑inkomsten door UWV geen sprake is van indirecte discriminatie maar van het gevolg van die keuze en de feitelijke verhouding. Conclusie: de inkomsten uit de zorgovereenkomst behoren niet tot het WIA‑dagloon en UWV heeft die beslissing terecht genomen.

Kort extra context: het WIA‑dagloon bepaalt de hoogte van een WIA‑uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; het onderscheid tussen een overeenkomst van opdracht en een arbeidsovereenkomst is daardoor financieel relevant voor uitkeringsberekening.