Wijzigingen op salarisgebied per 1 juli 2026 en verder...

donderdag, 25 juni 2026 (12:05) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Per 1 juli 2026 verandert er in Nederland wel iets op salarisgebied, maar minder dan eerder was voorzien. De grootste aanpassingen zitten vooral in de loonadministratie en arbeidsvoorwaarden, terwijl meerdere geplande wetswijzigingen zijn uitgesteld naar 2027 of nog later.

Zo stijgt het bruto minimumuurloon per 1 juli 2026 naar € 14,99 en komt het bruto referentieminimummaandloon uit op € 2.337. Daardoor gaan ook de daglonen voor uitkeringen zoals WAO, WIA, WW, ZW en WAZO mee omhoog met 1,86%. Werkgevers met 100 of meer werknemers moeten bovendien vóór die datum rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van personeel. Voor kleinere organisaties met minder dan 250 werknemers vervalt die rapportageplicht juist met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026, waardoor 2025 waarschijnlijk het laatste verslagjaar blijft.

Ook op het gebied van arbeidsomstandigheden worden werkgevers strenger aangesproken: vanaf 1 juli 2026 moeten zij ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging daadwerkelijk actief betrekken bij het arbobeleid. Verder moeten organisaties de recent verhoogde onbelaste reiskostenvergoeding goed verwerken in de loonheffingen. Los daarvan vervallen wettelijke vakantiedagen per 1 juli, maar alleen als werknemers vooraf voldoende kans hebben gehad om die op te nemen en daarover zijn geïnformeerd.

Meerdere andere maatregelen schuiven door. De compensatie van de transitievergoeding lijkt voor alle werkgevers per 1 januari 2027 te verdwijnen, de loontransparantiewet gaat pas in 2027 in plaats van medio 2026 in, en de wet over het bedrag ineens voor pensioenuitkeringen is wel aangenomen, maar treedt pas in 2029 in werking. Op Prinsjesdag 2026 volgt meer duidelijkheid over nieuwe fiscale en SZW-maatregelen, terwijl al vaststaat dat per 1 januari 2027 ook wijzigingen in het Belastingplan 2027 en mogelijk de werkkostenregeling ingaan.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside Oranje: Theo Janssen legt uit waarom hij niet per se trainer op het hoogste niveau hoeft te worden