Zelfstandigenwet - stand van zaken en geplande inwerkingtreding: 1 januari 2028
In dit artikel:
Minister Aartsen (SZW) wil vaart maken met de Zelfstandigenwet, met als streefdatum voor inwerkingtreding 1 januari 2028. Het kabinet bouwt voort op een door meerdere Kamerfracties ingediend initiatiefwetsvoorstel en start de komende zes maanden een zorgvuldige herbezinning voordat het wetsvoorstel naar de Raad van State gaat. Aartsen benadrukt dat zij experts — arbeidsrechtjuristen, zelfstandigenorganisaties, sociale partners, vakbonden en werkgevers — nauw wil betrekken en ook de uitvoerders (Belastingdienst, UWV, Nederlandse Arbeidsinspectie) wil raadplegen, zodat het wetsvoorstel uitvoerbaar en werkbaar wordt.
Belangrijke inhoudelijke punten zijn dat de wet niet bedoeld is om werknemersrechten te ondergraven; kernbepaling artikel 7:610 BW blijft onveranderd. In plaats daarvan komt er volgens het voorstel een extra lid dat, vergelijkbaar met eerdere vbaregels, expliciet vastlegt wanneer iemand in ieder geval níet als werknemer geldt. De wet moet zelfstandigen meer rechtszekerheid geven door duidelijk vast te stellen wanneer iemand als zelfstandige kan werken. Dat gebeurt op basis van twee gelijkwaardige toetsingsprincipes: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Aartsen wil voorkomen dat mensen vrij kunnen kiezen tussen statussen los van de spelregels.
De aanpak legt de nadruk op zorgvuldigheid en uitvoerbaarheid: niet snelheid, maar een degelijke afweging en overleg met betrokken partijen moeten leiden tot een wetsvoorstel dat juridisch houdbaar is en praktisch toepasbaar voor toezichthouders en uitvoeringsinstanties.