Zieke werknemer onbereikbaar en onvindbaar: redelijke grond voor ontbinding contract

vrijdag, 20 februari 2026 (07:51) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Werkgever verzoekt kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat een werknemer na een ziekmelding sinds november 2024 niet meer op het werk verschijnt en onbereikbaar is; ook een vermissingsmelding bij de politie leverde niets op. De rechter wijst het verzoek toe: er is een redelijke grond voor ontbinding nu alle contactpogingen, inclusief loonopschorting, geen resultaat opleverden en herplaatsing binnen een redelijke termijn niet onderzocht of mogelijk is omdat de werknemer onvindbaar blijft. De einddatum van de arbeidsovereenkomst wordt vastgesteld op 1 april 2026 (de datum waarop bij reguliere opzegging het dienstverband zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van de procedure).

De kantonrechter maakt een onderscheid tussen twee juridische ontbindingsgronden. Ontbinding wegens wanprestatie (ernstige tekortkoming) stelt hoge eisen: de tekortkoming moet vergelijkbaar zijn met een dringende reden voor ontslag op staande voet. Werkgever had dit als eerste grond aangevoerd, stellende dat de werknemer sinds november 2024 niet werkte en zijn re-integratieverplichtingen negeerde (niet verschijnen bij de bedrijfsarts, geen contact). De rechter volgt dit standpunt niet, omdat onvoldoende vaststaat waarom de werknemer onbereikbaar is en of hem dat kan worden toegerekend — juist omdat hij zich ziek heeft gemeld is het niet zonder meer aan te nemen dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen.

Wel is volgens de rechter sprake van een redelijke grond voor ontbinding: de situatie — langdurige onbereikbaarheid ondanks alle inspanningen van de werkgever en de politie — maakt voortzetting van de arbeidsovereenkomst onredelijk. Herplaatsing kon niet worden onderzocht en was daarmee niet reëel.

De werkgever vroeg bovendien een verklaring dat geen transitievergoeding verschuldigd zou zijn. Die vordering wijst de rechter af. De wet kent in beginsel aanspraak op transitievergoeding wanneer de werkgever het initiatief neemt tot beëindiging, tenzij de beëindiging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Omdat onduidelijk is waarom de werknemer onbereikbaar is en hij als vermist geregistreerd staat (met door de politie opgehoogd niveau), kan niet worden vastgesteld dat hij ernstig verwijtbaar handelde; een transitievergoeding blijft daarom in principe verschuldigd.

Kort: ontbinding toegewezen op grond van onvindbaarheid van de werknemer, maar zonder oordeel dat hij zo ernstig tekortgeschoten is dat een transitievergoeding achterwege kan blijven.