Zonder zakelijke reden in dossiers kijken mag niet maar ontslag op staande voet gaat te ver
In dit artikel:
Een jeugdzorgmedewerker die sinds 2002 (met een onderbreking in 2023) bij haar werkgever werkte, is op 16 oktober 2025 per direct ontslagen omdat zij zonder zakelijke aanleiding in dossiers van drie jongeren had gekeken. De werkgever vond dat dit voldoende grond vormde voor ontslag op staande voet. De kantonrechter oordeelt echter dat dit besluit gezien de totale omstandigheden te ingrijpend was.
De rechter stelt vast dat de werknemer wel zonder zakelijke reden in dossiers van ten minste twee jongeren heeft gekeken, en dat zij niet meteen melding maakte van haar persoonlijke betrokkenheid. Tegelijkertijd weegt de rechtbank mee dat de privéomstandigheden ernstig waren: de werknemer en haar zoon werden door pupil jongere 2 met een vuurwapen bedreigd en moesten hun huis ontvluchten; later raakte de zoon verwikkeld in een aanval door jongere 3. De relatie tussen de werknemer en deze pupillen en haar eigen medische problemen verklaren deels waarom zij in sommige momenten tot de dossiers is overgegaan. Ze heeft bovendien hulp gevraagd van de werkgever (een traumapsycholoog) en zich niet ziek gemeld; ze wilde haar situatie dus niet verbergen.
De kantonrechter vindt dat werkgever en werknemer tegen elkaar afgewogen hadden moeten worden. Hoewel ongeoorloofde inzage in dossiers onacceptabel is en de werkgever verantwoordelijk is voor het welzijn van de pupillen, had de werkgever meer compassie moeten tonen en niet meteen het uiterste middel moeten toepassen. Er is bovendien geen bewijs geleverd dat de werknemer informatie had gelezen die grote schade kon veroorzaken of dat zij dossiers met derden had gedeeld. Voor het dossier van jongere 2 geldt dat zij dat dossier eerder al had gezien toen het per e-mail binnen het team werd verspreid.
De rechter verklaart het ontslag op staande voet onterecht en kent de werknemer diverse vergoedingen toe. De werkgever moet een transitievergoeding betalen van € 5.425,19 bruto. Voor oneigenlijke opzegging is een vergoeding van € 11.657,97 bruto toegewezen (berekend als 2 x € 5.397,21 plus 8%). Daarnaast krijgt de werknemer een billijke vergoeding van € 10.000 bruto; de rechter motiveert dat dit passend is maar niet zo hoog als de werknemer vorderde. Een hogere transitievergoeding wordt afgewezen omdat de werknemer in 2023 zes maanden uit dienst was en de berekeningsperiode daardoor opnieuw is gaan lopen.
Kort gezegd: de inzage in dossiers was verwijtbaar, maar gezien bedreigingen, betrokkenheid van haar zoon, haar medische situatie en de manier waarop zij met de werkgever communiceerde, was ontslag op staande voet een te vergaande maatregel.